Uitleg over

Hoe maken we de zonkrachtverwachting

Het KNMI geeft dagelijks een zonkrachtverwachting. De zonkracht is een maat voor de hoeveelheid ultraviolette straling (UV) in het zonlicht die de aarde bereikt.

Hoe hoger de zon aan de hemel staat, des te meer zonnestraling de atmosfeer binnenkomt. Een deel van die straling is onzichtbaar ultraviolet licht (UV). Je wordt er bruin van, maar een teveel aan UV leidt tot verbranding en kan op termijn huidaandoeningen geven. De totale hoeveelheid UV aan de grond op het middaguur wordt zonkracht genoemd, internationaal ook wel UV Index.

De zonkracht is van een aantal factoren afhankelijk:

  • De hoogte van de zon. Hoe hoger de zon aan de hemel staat, hoe groter de zonkracht.
  • De hoeveelheid ozon in de atmosfeer. De ozonlaag op 10 tot 50 km hoogte houdt veel UV tegen. Ruwweg geldt: 1% meer ozon geeft 1,3% minder zonkracht. De hoeveelheid ozon fluctueert sterk van dag tot dag, als gevolg van stromingen in de atmosfeer.
  • De bewolking. Wolken houden niet alleen het zichtbare zonlicht tegen, maar ook het ultraviolette. Het verband tussen bewolking en de zonkracht is echter niet eenvoudig. Bij een gebroken wolkendek kan terugkaatsing van zonlicht tegen de wolk de zonkracht zelfs hoger maken dan bij een onbewolkte hemel!
  • Aërosolen. Ofwel fijnstof in de lucht. Als de zon hoog aan de hemel staat zal de zonkracht gedempt worden door stofdeeltjes. Op hoogte in de bergen is de lucht ijler en vaak zeer schoon. Hierdoor zal de zonkracht groter zijn dan in het dal.
  • Vrije horizon en terugkaatsing tegen de grond. Water, wit zand en sneeuw weerkaatsen het ultraviolette zonlicht. Dit leidt tot een extra hogere zonkracht op het strand of tijdens de wintersport. In het bos of in de stad, overal waar een groot deel van de hemel afgeschermd wordt, is de zonkracht juist lager dan op een open veld of op het water.

Om een goede verwachting van de zonkracht te maken moet van alle bovengenoemde factoren een verwachting gemaakt worden.

De hoogte van de zon staat per dag vast, die hangt af van de datum. De hoeveelheid ozon wordt bepaald op basis van de door satellietinstrumenten gemeten dikte van de ozonlaag. De dikte van de ozonlaag is onder andere afhankelijk van het weer. Hij is dikker boven een lagedrukgebied en dunner boven een hogedrukgebied.

Bewolking is lastiger om mee te nemen in de verwachting, omdat die sterk kan variëren van tijd tot tijd en van plaats tot plaats. Daarom maken we twee verwachtingen, een van de zonkracht bij heldere hemel en een indien bewolkt. Deze is ongeveer de helft van de verwachting bij heldere hemel.

Tegenwoordig is het effect van variaties in fijnstof in Nederland niet zo groot meer, hooguit enkele tienden in zonkracht bij zonkracht 7 of 8 ten opzichte van de verwachting. Zonkracht 7 komt in Nederland gemiddeld op 10 dagen per jaar voor. Zonkracht 8 treedt maar eens in de twee jaar op, en alleen in de maanden juni en juli. Voor een sterkere zonkracht moeten we zuidelijker gaan. Zonkracht 9 of 10 is in de zomer in Zuid-Frankrijk heel normaal.

Niet gevonden wat u zocht? Alle uitleg over