De naam lachgas houdt ons een beetje voor de gek, want zo onschuldig is het niet. Lachgas is bekend van de lachgaspatronen, maar het is ook een vrij onbekend en sterk broeikasgas. De hoeveelheid lachgas in de atmosfeer is sinds 1980 met ruim 20 procent toegenomen en neemt nu nog steeds verder toe met ongeveer 1 procent per 3 jaar. Lachgas heeft net als CO2 een lange verblijftijd in de atmosfeer (ruim een eeuw), voor methaan is dit 10 jaar. De bijdrage van lachgas aan de opwarming van de aarde sinds 1960 wordt geschat op ongeveer 6 procent, na CO2 en methaan een belangrijk langlevend broeikasgas.
Eind vorig jaar verscheen het eerste internationale wetenschappelijke overzichtsrapport dat geheel gericht is op lachgas en de mogelijke maatregelen om de wereldwijde uitstoot ervan terug te dringen, zonder de voedselzekerheid in gevaar te brengen.
De door menselijk toedoen veroorzaakte toename van lachgas wordt grotendeels veroorzaakt door de productie en het gebruik van kunstmest en de toename van dierlijke mest door meer veeteelt wereldwijd (afbeelding 1). De uitstoot van lachgas is gekoppeld aan die van stikstofoxides (NOx) en ammoniak (NH3). Deze kortlevende stikstofcomponenten zijn in Nederland veel beter bekend dan lachgas, omdat ze belangrijk zijn voor de stikstofproblematiek en de luchtkwaliteit.
Voor het klimaateffect van stikstof zijn zowel de kortlevende stikstofcomponenten als het langlevende lachgas van belang. Lachgas is een broeikasgas en draagt bij aan de opwarming van het klimaat. De uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak draagt bij aan de vorming van fijnstof (aerosolen). Deze fijnstofdeeltjes hebben juist een verkoelend effect op het klimaat. Netto heeft het wereldwijd verminderen van de stikstofuitstoot een opwarmend klimaateffect op de korte termijn, maar het langlevende broeikasgas lachgas is doorslaggevend voor het klimaat op de lange termijn. Het wereldwijd tegengaan van de uitstoot van lachgas kan in belangrijke mate bijdragen aan het tegengaan van de opwarming van het klimaat. Het lokaal verminderen van de uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak helpt de verslechtering van de natuur en luchtkwaliteit tegengaan.
In het internationale rapport wordt ook gepleit voor een “duurzaam” stikstofbeheer: de voordelen voor de voedselzekerheid blijven benutten en tegelijkertijd de nadelen voor natuur, gezondheid en klimaat zoveel mogelijk beperken. Om de klimaatopwarming te beperken is het terugdringen van de uitstoot van lachgas het belangrijkste. Lachgas draagt overigens ook bij aan de afbraak van de ozonlaag en in beperkte mate aan de stikstofdepositie wereldwijd (afbeelding 2).
Lachgas is ook onbekend omdat het een “ongezien” broeikasgas is. Voor CO2 en methaan is er brede interesse vanuit bijvoorbeeld de ruimtevaartorganisaties. Satellieten als OCO-2 en OCO-3 en ook de Nederlandse TROPOMI satelliet hebben laten zien dat CO2 en methaan steeds beter vanuit de ruimte gemeten kan worden. Er wordt hard gewerkt aan het verder verfijnen van de satellietwaarnemingen van CO2 en methaan, onder andere via de nog te lanceren Europese CO2M en de Nederlandse TANGO satellieten. De aandacht en interesse om ook lachgas beter te meten is beperkt, ondanks dat het mogelijk is om ook N2O met satellieten beter te gaan meten.
Het KNMI doet onderzoek naar alternatieve methoden om met de huidige satellietwaarnemingen meer over de ruimtelijke verdeling van de N2O-uitstoot te weten te komen. De uitstoot van N2O via (kunst)mest is gekoppeld aan de uitstoot van stikstofoxides (NOx) en ammoniak (NH3) en dat biedt wellicht een aanknopingspunt. Beide kortlevende gassen zijn vrij nauwkeurig te meten met de huidige satellietinstrumenten. Het is daarom interessant om de kaarten met emissieschattingen van NO2, NH3 en N2O eerst eens naast elkaar te leggen. De ruimtelijke overeenkomsten zijn overduidelijk (afbeelding 3).
Er zijn ook verschillen. De aan (kunst)mest gekoppelde emissies van NOx vinden verspreid over grote gebieden plaats en tonen zich als een stikstofdeken. Industriële emissies van NO2 zijn juist sterk geconcentreerd rond steden en grootschalige industriecomplexen. Het KNMI heeft onlangs een methode ontwikkeld om de meer geconcentreerde bronnen en de onderliggende ‘deken’ uit elkaar te trekken. In combinatie met emissieschattingen van NH3 en proceskennis zal de ruimtelijke verdeling van de lachgas-uitstoot voor het eerst op basis van satellietmetingen in kaart kunnen worden gebracht. De hoop is dat er met deze aanpak meer aandacht komt voor (het beperken van) de uitstoot van lachgas om daarmee de klimaatopwarming te temperen. Omdat lachgas ook in belangrijke mate bijdraagt aan de afbraak van de ozonlaag en stikstofdepositie niet alleen in Nederland een bedreiging is voor de natuur en de biodiversiteit, is het om meerdere redenen belangrijk om de rol van lachgas minder ongezien te maken.
De periode waarin we droogte monitoren start vandaag. Het KNMI houdt elk jaar van 1 april tot en...
01 april 2025 - NieuwsberichtHet was – op onze automatische weerstations - de droogste maart sinds het begin van de metingen i...
31 maart 2025 - NieuwsberichtIn Myanmar is om 7:20 uur Nederlandse tijd (12:50 uur lokale tijd) een zware aardbeving opgetrede...
28 maart 2025 - NieuwsberichtUitbarstingen op de zon kunnen grote effecten hebben op onze vitale infrastructuur. Om deze reden...
27 maart 2025 - Nieuwsbericht