Satellieten kijken vanaf 700 km hoogte omlaag om te meten wat er gebeurt aan de top van de atmosfeer. Dat doen ze inmiddels al twintig jaar. Wat blijkt? De aarde neemt steeds meer energie uit zonnestraling op dan dat ze aan warmtestraling kwijtraakt. De snelheid waarmee de aarde opwarmt is in de afgelopen twintig jaar daardoor meer dan verdubbeld.
Het CERES instrument van NASA meet vanuit vier satellieten hoeveel weerkaatst zonlicht en warmtestraling de top van de atmosfeer verlaat (afbeelding 1). De satellieten vliegen per dag zo'n 16 rondjes om de aarde en meten zo in korte tijd iedere plek op aarde. Door alle CERES metingen te combineren weten we hoeveel zonnestraling de aarde in totaal opneemt en hoeveel warmtestraling de aarde verlaat.
Volgens de CERES metingen neemt de aarde steeds meer zonlicht op (oranje lijn in figuur 2). Dat komt niet omdat de zon harder gaat schijnen. Gemiddeld komt er 340 W/m2 (Watt per vierkante meter) aan zonnestraling de atmosfeer binnen en die hoeveelheid is in de laatste 20 jaar nauwelijks veranderd. Wolken en aardoppervlak weerkaatsen ongeveer 30 procent van het zonlicht (99 W/m2) terug de ruimte in. En die weerkaatsing neemt af door veranderingen in het wolkendek en afnemende sneeuw- en ijsbedekking.
De hoeveelheid uitgestraalde warmte is ook toegenomen (blauwe lijn in afbeelding 2). Want hoe warmer de aarde, hoe meer warmte de aarde uitstraalt (per graad ruim 3 W/m2). Een deel van de warmte die het aardoppervlak uitstraalt wordt opgenomen door broeikasgassen in de atmosfeer zoals waterdamp, CO2 en methaan en bereikt de top van de atmosfeer niet. Omdat de hoeveelheid broeikasgassen toeneemt, bereikt een kleiner deel van de warmtestraling de top van de atmosfeer. De afkoeling door uitgaande warmtestraling neemt daardoor minder snel toe dan wanneer de hoeveelheid broeikasgassen gelijk zou blijven.
Om te zien hoe sterk de aarde opwarmt, trekken we de toename in opwarming door de zon en afkoeling door uitgestraalde warmte van elkaar af (groene lijnen in afbeelding 3). Het blijkt dat de opwarming van de aarde steeds sneller gaat. Rond 2005 was de netto opwarming 0,4 W/m2. Rond 2019 is dat opgelopen tot 1,1 Watt per vierkante meter, meer dan een verdubbeling. Volgens de meest recente meetgegevens is de opwarming in de laatste 1,5 jaar verder toegenomen. Gemiddeld nam de opwarming toe met 0,5 W/m2 per 10 jaar (zwarte stippellijn in afbeelding 3). Is dat veel? Als de hele aarde bedekt zou zijn met een laag water van één meter diep, dan warmt deze bij één Watt per vierkante meter in 48 dagen één graad op. Genoeg dus om het klimaat flink te verstoren. In een volgend klimaatbericht laat ik zien hoe de extra energie die binnenkomt het klimaat verandert.
Het jupyter notebook dat de grafieken maakt staat op KNMI gitlab.
De naam lachgas houdt ons een beetje voor de gek, want zo onschuldig is het niet. Lachgas is beke...
01 april 2025 - KlimaatberichtDe periode waarin we droogte monitoren start vandaag. Het KNMI houdt elk jaar van 1 april tot en...
01 april 2025 - NieuwsberichtHet was – op onze automatische weerstations - de droogste maart sinds het begin van de metingen i...
31 maart 2025 - NieuwsberichtIn Myanmar is om 7:20 uur Nederlandse tijd (12:50 uur lokale tijd) een zware aardbeving opgetrede...
28 maart 2025 - Nieuwsbericht