Waterhozen zijn soms te zien onder de wolken boven de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeer. Pas als een slurf het wateroppervlak raakt en water opzuigt, is het een waterhoos.
Een waterhoos is eigenlijk net als een windhoos, alleen ontstaat een waterhoos boven water. Een waterhoos verliest meestal zijn kracht zodra die boven land komt. Zelden behoudt de waterhoos voldoende kracht om langs de kust ongelukken te veroorzaken en schade aan te richten.
Waterhozen komen vooral in de tweede helft van de zomer en het najaar voor. Soms eerder, wanneer het relatief warme zeewater de vorming van buien bevordert. Die buien ontstaan vooral in koude uit de poolstreken afkomstige lucht. Hierbij treden grote temperatuurverschillen op tussen het zeewater en de lucht daarboven.
Jaarlijks zijn er voor de Nederlandse kust en boven het IJsselmeer tientallen waterhozen. Waarschijnlijk komen er in werkelijkheid meer voor, want niet alle hozen worden opgemerkt.
Vooral wie zich op het water bevindt, moet bedacht zijn op waterhozen. Het windveld is in de regel veel minder sterk dan bij windhozen, maar sterk genoeg om schade of letsel te kunnen veroorzaken. Afgezien van hozen gaan zware buien vaak vergezeld van windstoten en onweer.
Waterhozen komen zeer plaatselijk voor en houden meestal maar kort stand. Ze zijn moeilijk te voorspellen maar zodra waterhozen gesignaleerd zijn, waarschuwt het KNMI voor de kans hierop.